Bijbelrooster

Vanaf 1 januari ’24 wordt de opgave van de dagelijkse lezingen voorafgegaan door een korte toelichting hierbij. De bekende lijst lezingen vindt u onder deze inleidende teksten!

5 – 13 juni 

De Handelingenlezing geeft ons inzicht in het leven van de eerste gemeente, de moederkerk van Jeruzalem. 

12 jun 24 Handelingen 7:35-43

13 jun 24 Handelingen 7:44–8:1a

14 – 21 juni 

We gaan verder in Marcus 4. Jesaja 30 is een heel oude lezing, die al vroeg in de kerkgeschiedenis in de tijd na Pinksteren stond ingeroosterd, vooral vanwege vers 18: ‘Gelukkig de mens die op Hem wacht’. 

14 jun 24 Marcus 4:1-12

15 jun 24 Marcus 4:13-23

16 jun 24 Marcus 4:24-34

17 jun 24 Jesaja 30:1-8

18 jun 24 Jesaja 30:9-18

19 jun 24 Jesaja 30:19-26

20 jun 24 Jesaja 30:27-33

21 jun 24 Jesaja 31:1-9

22 – 23 juni 

Het huidige Oecumenisch leesrooster is op deze zondag aangekomen bij de laatste perikoop van Marcus 4. Psalm 43 daarentegen kwam ooit, al meer 1000 jaar geleden, op deze zondag terecht. De lutherse en de anglicaanse traditie weten er nog van. 

22 jun 24 Psalm 43

23 jun 24 Marcus 4:35-41

24 juni 

Op de geboortedag van Johannes de Doper, een half jaar voor Kerstmis, bezingt de Kerk met Psalm 85 zijn missie: ‘Het recht gaat voor God uit en baant voor Hem de weg’ (vers 14). 

24 jun 24 Psalm 85 Sint Jan de Doper

25 – 27 juni 

In de Kerk kwam afgelopen zondag de eerste helft van Handelingen 8 aan de orde. Wij lezen nu het hele hoofdstuk dat aan de diaken Filippus gewijd is. 

25 jun 24 Handelingen 8:1b-13

26 jun 24 Handelingen 8:14-25

27 jun 24 Handelingen 8:26-40

28 – 30 juni 

In Psalm 30 kunnen we het verhaal van Marcus 5 terughoren, over de bloedvloeiende vrouw en het dochtertje van Jaïrus: ‘Heer, mijn God, ik riep U te hulp en U hebt mij genezen…, ik daalde af in het graf, maar U hield mij in leven’ (vers 3 en 4). 

28 jun 24 Psalm 30

29 jun 24 Marcus 5:1-20

30 jun 24 Marcus 5:21-43

1 – 3 juli 

Psalm 88 is de duisterste psalm van het hele psalter, een tekst zonder enig uitzicht. Opmerkelijk, zo’n inktzwarte gebed. Maar ook wie geen enkel licht meer zien, mogen weten dat aan hen is gedacht. Hier staat de psalm de blinde Paulus bij, van wie Jezus zegt: ‘Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam’ (Handelingen 9:16). 

1 jul 24 Psalm 88 Keti Koti

2 jul 24 Handelingen 9:1-19a

3 jul 24 Handelingen 9:19b-31

4 – 5  juli 

Nu het Handelingenboek zich op Paulus gaat richten, is het gepast hem ook zelf aan het woord te laten. In Romeinen 14 pleit hij voor verdraagzaamheid. 

4 jul 24 Romeinen 14:1-12

5 jul 24 Romeinen 14:13-23

6 – 8 juli 

In de Kerk zijn op de eerste zondag van juli Psalm 28 en Marcus 6:1-6a bij elkaar gezet. 

Het evangelie illustreert wat de psalm bidt: ‘Voor de daden van de HEER hebben ze geen oog, noch voor het werk van zijn handen’ (vers 5). Tegenover de benepen blik van Jezus’ vaderstad staat de weidsheid van Psalm 117. 

6 jul 24 Psalm 28

7 jul 24 Marcus 6:1-6a

8 jul 24 Psalm 117

9 – 13 juli 

We vervolgen de Romeinenlezing met de laatste twee hoofdstukken van de brief: opnieuw een pleidooi om elkaar om Christus’ wil te aanvaarden en de hartelijke groeten. 

9 jul 24 Romeinen 15:1-13

10 jul 24 Romeinen 15:14-24

11 jul 24 Romeinen 15:25-33

12 jul 24 Romeinen 16:1-16

13 jul 24 Romeinen 16:17-27

14 – 17 juli 

In de wereldwijde Kerk staan op de tweede zondag van juli Efeziërs 1:1-14 en Marcus 6:6b-13 op het rooster. Wij lezen deze perikopen in hun bredere context: over ‘geestelijke zegeningen’ en hun lichamelijkheid, tot op het ziekbed, tot in het graf. 

14 jul 24 Marcus 6:6b-13

15 jul 24 Marcus 6:14-29

16 jul 24 Efeziërs 1:1-14

17 jul 24 Efeziërs 1:15-23

18 – 20 juli 

Wij maken een begin met de lezing van het boek Zacharia. Daar lezen we een ander genre dan de profetische woorden en handelingen van Jesaja en Jeremia, die dit jaar tot nog toe aan de orde kwamen. Het boek Zacharia bevat een reeks visoenen. Het zijn geheimzinnige beelden die de profeet met een innerlijk oog waarneemt maar niet verstaat. Hij moet telkens om tekst en uitleg vragen. Wij lezen deze hoofdstukken als een oefening om gevoeligheid voor dit boek te ontwikkelen. Die leesoefening zal pas met advent worden beloond. 

18 jul 24 Zacharia 1:1-6

19 jul 24 Zacharia 1:7-17

20 jul 24 Zacharia 2:1-9

21 – 23 juli 

Op de derde zondag van juli leest de Kerk Efeziërs 2:11-22 en Marcus 6:30-44. Thuis spreiden we deze lezingen uit over meer dagen. De apostel richt zich tot de niet-joodse gelovigen. Het evangelie vertelt van een wonderbare spijziging met veel joodse elementen: vijf Thoraboeken, dus vijfduizend mensen, twaalf stammen van Israël, dus een tegoed van twaalf manden. Twee hoofdstukken later word opnieuw van een wonderbare spijziging 

verteld, maar dan juist zo heidens mogelijk: het volk van de vier windstreken, dus vierduizend mensen, zeven volkeren rondom Israël, dus een tegoed van zeven manden. 

21 jul 24 Marcus 6:30-44

22 jul 24 Efeziërs 2:1-10

23 jul 24 Efeziërs 2:11-22

24 – 27 juli 

We gaan door met de visioenen van Zacharia. Bij het derde hoofdstuk zullen de eerste christenen gefascineerd zijn geweest door de hogepriester Jezus die hier met luister wordt bekleed (Jozua en Jezus is in de talen van de Bijbel dezelfde naam). 

24 jul 24 Zacharia 2:10-17

25 jul 24 Zacharia 3:1-10

26 jul 24 Zacharia 4:1-14

27 jul 24 Zacharia 5:1-11

28 – 30 juli 

We lezen Efeziërs 3:14-21 en de laatste perikoop van Marcus 6. De apostel verkent alle dimensies van de liefde van Christus, het evangelie peilt vooral de grondeloze diepte. 

28 jul 24 Marcus 6:45-52

29 jul 24 Efeziërs 3:1-13

30 jul 24 Efeziërs 3:14-21

31 juli – 1 augustus 

De hogepriester Jozua wordt gekroond, een Telg maakt zijn opwachting. Koningschap en priesterschap komen bij elkaar in de verwachting van de messias.

31 jul 24 Zacharia 6:1-8

1 aug 24 Zacharia 6:9-15

2 – 8 augustus 

In de doorgaande lezing van de Efeziërsbrief en het Marcusevangelie heeft de Kerk op de eerste zondag van augustus Efeziërs 4:17-25 en Marcus 7:1-23 opengeslagen, over de levenswandel, de halacha. Psalm 29 is gehoorzaam aan ‘de stem van de Heer’. 

2 aug 24 Efeziërs 4:1-6

3 aug 24 Efeziërs 4:7-16

4 aug 24 Marcus 7:1-13

5 aug 24 Marcus 7:14-23

6 aug 24 Psalm 29

7 aug 24 Efeziërs 4:17–5:2

8 aug 24 Efeziërs 5:3-20

9 – 16 augustus 

De doorgaande lezing van het Marcusevangelie heeft de Kerk inmiddels bij Marcus 7:24-30 gebracht. In de brede schakering van kerkelijke roosters komen op deze zondag onder andere Deuteronomium 8 en 1 Korintiërs 15 voor. Dat grote hoofdstuk van de verrijzenis lezen we helemaal, ook omdat het de brieflezing is van Maria Tenhemelopneming of zoals protestanten het feest noemen: het ontslapen van de heilige Maagd (15 augustus). 

9 aug 24 Deuteronomium 8:1-6

10 aug 24 Deuteronomium 8:7-20

11 aug 24 Marcus 7:24-30

12 aug 24 1 Korintiërs 15:1-11

13 aug 24 1 Korintiërs 15:12-19

14 aug 24 1 Korintiërs 15:20-34

15 aug 24 1 Korintiërs 15:35-49 Ontslapen van de heilige Maagd

16 aug 24 1 Korintiërs 15:50-58

17 – 19 augustus 

Marcus 7:31-37 staat weer precies op zijn plaats, het is het evangelie dat op deze zondag in de Kerk wordt gelezen. Psalm 119, steeds acht verzen die in het Hebreeuws telkens met dezelfde letter beginnen, het hele alfabet langs, is vooral een psalm van het najaar. De poëzie vermenigvuldigt de eeuwigheid (het getal acht staat daarvoor symbool) met de taal (het alfabet). De psalm bezingt onafgebroken de goedheid van Gods wetten en wordt hier in de mond van de dove en gebrekkig sprekende man uit het Marcusevangelie gelegd: ‘Hoe zoet zijn uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond’. 

17 aug 24 Psalm 119:89-96

18 aug 24 Marcus 7:31-37

19 aug 24 Psalm 119:97-104

20 – 22 augustus 

In de Kerk wordt de komende zondagen uit de laatste hoofdstukken van de Efeziërsbrief gelezen, over wat het is ‘het voorbeeld van God’ te volgen. 

20 aug 24 Efeziërs 5:21-33

21 aug 24 Efeziërs 6:1-9

22 aug 24 Efeziërs 6:10-24

23 – 26 augustus 

Marcus 8:22-26 over de genezing van de blinde is de tegenhanger van Marcus 7:31-37 over de genezing van de dove. En precies daartussenin zegt Jezus: ‘Jullie hebben ogen, maar zien niet? Jullie hebben oren, maar horen niet?’ (vers 18). Psalm 119 wordt nu de blinde in de mond gelegd: ‘Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad.’ 

23 aug 24 Psalm 119:105-112

24 aug 24 Marcus 8:1-13

25 aug 24 Marcus 8:14-21

26 aug 24 Marcus 8:22-26

27 – 30 augustus 

In verschillende kerkelijke tradities wordt deze weken Deuteronomium 10:12-21 gelezen als achtergrond van Jezus’ omgang met de wet. Met ‘besnijd uw hart’ wordt het teken van het verbond zowel vergeestelijkt als uitgebreid tot de hele mensheid, mannen en vrouwen. 

27 aug 24 Deuteronomium 9:1-14

28 aug 24 Deuteronomium 9:15-29

29 aug 24 Deuteronomium 10:1-11

30 aug 24 Deuteronomium 10:12-21

31 augustus – 3 september 

Met deze lange redevoering wordt het eerste deel van het boek van de profeet Zacharia afgesloten: ‘Geef de moed niet op’ (Zacharia 8:13 en 15). 

31 aug 24 Zacharia 7:1-14

1 sep 24 Zacharia 8:1-8

2 sep 24 Zacharia 8:9-17

3 sep 24 Zacharia 8:18-23

4 – 11 september 

In deze lezingen staat Petrus centraal. In Handelingen leren we hem kennen als de apostel van de heidenen, in het evangelie is hij een hoeksteen én een struikelblok. 

4 sep 24 Handelingen 9:32-43

5 sep 24 Handelingen 10:1-23a

6 sep 24 Handelingen 10:23b-48

7 sep 24 Marcus 8:27–9:1

8 sep 24 Handelingen 11:1-18

9 sep 24 Handelingen 11:19-30

10 sep 24 Handelingen 12:1-17

11 sep 24 Handelingen 12:18-25

12 – 15 september 

Deuteronomium bevat toespraken waarin Mozes de Thora nogmaals (deutero = voor de tweede keer, nomos = wet) formuleert, een herinterpretatie met het oog op het beloofde land dat Israël op het punt staat binnen te trekken. In het evangelie verschijnt Mozes samen met Elia. Zij belichamen de Wet en de Profeten. 

12 sep 24 Deuteronomium 11:1-17

13 sep 24 Deuteronomium 11:18–12:1

14 sep 24 Marcus 9:2-13

15 sep 24 Marcus 9:14-29

16 – 23 september 

Paulus en Barnabas worden hier uitgetekend als apostelen van de Joden. Zij bezoeken sabbat aan sabbat de synagogen om aan de hand van de Wet en de Profeten het evangelie te verkondigen. Pas als zij door Joodse leiders worden afgewezen, komen meer en meer de heidenen in beeld. Moeten die voortaan Joods gaan leven, inclusief besnijdenis, sabbat en de spijswetten? Jakobus, de eerste bisschop van Jeruzalem, hakt de knoop door. 

16 sep 24 Handelingen 13:1-12

17 sep 24 Handelingen 13:13-25

18 sep 24 Handelingen 13:26-43

19 sep 24 Handelingen 13:44–15:7

20 sep 24 Handelingen 14:8-20

21 sep 24 Handelingen 14:21-28

22 sep 24 Handelingen 15:1-18

23 sep 24 Handelingen 15:19-35

24 – 29 september 

Afgelopen en komende zondag leest de Kerk uit Marcus 9:30-50: over de goede weg die Christus en zijn volgelingen bewandelen, een reisgezelschap dat zich niet beperkt tot de leerlingen alleen, en over tegenkrachten die ons proberen ‘af te brengen van de weg die de Heer, uw God, u had gewezen’ (Deuteronomium 13:6). 

24 sep 24 Deuteronomium 12:2-12

25 sep 24 Deuteronomium 12:13-28

26 sep 24 Deuteronomium 12:29–13:6

27 sep 24 Deuteronomium 13:7-19

28 sep 24 Marcus 9:30-37

29 sep 24 Marcus 9:38-50

30 september – 3 oktober 

In oktober viert de synagoge de grote joodse najaarsfeesten. De lezing uit de profeet Micha sluit aan bij het gebruik om op Rosj Hasjana (Nieuwjaar) broodkruimels in stromend water te werpen en daarbij de laatste drie verzen van hoofdstuk 7 te citeren. 

30 sep 24 Micha 6:1-8

1 okt 24 Micha 6:9-16

2 okt 24 Micha 7:1-7 De vooravond van Joods Nieuwjaar

3 okt 24 Micha 7:8-20

4 – 9 oktober 

Psalm 119 bezingt Gods wetten. We lezen verder in Deuteronomium over hoe een volk dat aan God gewijd is zou moeten leven. In het evangelie pleit Jezus voor een Thora-interpretatie die zich niet beperkt tot de dode letter (het voorschrift), maar die handelt in de geest van wat geschreven staat (het verhaal). 

4 okt 24 Deuteronomium 14:1-21

5 okt 24 Deuteronomium 14:22-29

6 okt 24 Marcus 10:1-16

7 okt 24 Deuteronomium 15:1-11

8 okt 24 Deuteronomium 15:12-23

9 okt 24 Psalm 119:113-120

10 – 12 oktober 

De lezing uit het boek Leviticus beschrijft de oorspronkelijke riten van Jom Kipoer (Grote Verzoendag), waaraan de Nederlandse taal de term ‘zondebok’ heeft overgehouden. 

10 okt 24 Leviticus 16:1-10

11 okt 24 Leviticus 16:11-22a De vooravond van Grote Verzoendag

12 okt 24 Leviticus 16:22b-34

13 – 15 oktober 

Bij Jezus’ woorden ‘U kent de geboden’ (Marcus 10:19) die de wereldwijde Kerk vandaag leest, zingt de Kerk Psalm 119:121-128. 

13 okt 24 Marcus 10:17-31

14 okt 24 Psalm 119:121-128

15 okt 24 Psalm 119:129-136

16 – 30 oktober 

Het boek Prediker is de feestrol van Soekot, het joodse Loofhuttenfeest, dat dit jaar vanaf 16 oktober wordt gevierd. De Kerk leest op deze zondagen het Marcusevangelie verder door: over Jezus’ opgang naar Jeruzalem. 

16 okt 24 Prediker 1:1-11 De vooravond van het Loofhuttenfeest

17 okt 24 Prediker 1:12-18

18 okt 24 Prediker 2:1-11

19 okt 24 Prediker 2:12-26

20 okt 24 Marcus 10:32-45

21 okt 24 Prediker 3:1-15

22 okt 24 Prediker 3:16-22

23 okt 24 Prediker 4:1-12

24 okt 24 Prediker 4:13–5:6

25 okt 24 Prediker 5:7-19

26 okt 24 Prediker 6:1-12

27 okt 24 Marcus 10:46-52

28 okt 24 Marcus 11:12-19

29 okt 24 Marcus 11:20-33

30 okt 24 Marcus 12:1-12

31 oktober – 2 november De gedenkdag van de Hervorming wordt vanouds gevierd met Psalm 119, de psalm die oproept om vast te houden aan Gods woord. Met Allerheiligen lezen we Psalm 138 om samen met alle heiligen te bidden: ‘Heer, uw trouw duurt eeuwig, laat het werk van uw handen niet los’. Psalm 34, een psalm die in de protestantse traditie gewoonlijk op Allerheiligen klinkt, lezen we met Allerzielen. 

31 okt 24 Psalm 119:137-144 Hervormingsdag

1 nov 24 Psalm 138 Allerheiligen

2 nov 24 Psalm 34 Allerzielen

3 – 7 november 

In de komende weken lezen we op zondag de evangelieperikoop uit Marcus, die op die dag ook in de Kerk aan de orde komt. Ondertussen lezen we, met het Loofhuttenfeest in de rug, het boek Prediker verder uit. 

3 nov 24 Marcus 12:13-27

4 nov 24 Prediker 7:1-14

5 nov 24 Prediker 7:15-29

6 nov 24 Prediker 8:1-17 Dankdag

7 nov 24 Prediker 9:1-12

8 – 14 november 

Psalm 133 bezingt een zegen die de aarde overdekt. Nu de synagoge nog maar kort geleden Simchat Tora heeft gevierd, Vreugde der wet, leest ook de Kerk van het grote gebod in Leviticus en volgens Marcus. Ook het einde van het boek Prediker prent ons in ontzag te hebben voor God en zijn geboden na te leven. 

8 nov 24 Psalm 133

9 nov 24 Leviticus 19:1-18

10 nov 24 Marcus 12:28-37

11 nov 24 Prediker 9:13–10:7

12 nov 24 Prediker 10:8-20

13 nov 24 Prediker 11:1-10

14 nov 24 Prediker 12:1-14

15 – 22 november 

Het boek van de profeet Zacharia bestaat uit twee delen. Het oudste deel hebben we in de zomer gelezen, het tweede deel dateert van later tijd en klinkt ons veel bekender in de oren. De evangelisten hebben eruit geput bij de beschrijving van Jezus’ intocht in Jeruzalem: ‘Nederig komt hij aanrijden op een ezel’. Ook enkele episodes uit het lijdensverhaal grijpen terug op deze hoofdstukken. Psalm 69 bevat een in het Nieuwe Testament graag geciteerd vers dat Christus in de mond wordt gelegd: ‘De hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd, de smaad van wie U smaadt is op mij neergekomen.’ 

15 nov 24 Zacharia 9:1-8

16 nov 24 Zacharia 9:9-17

17 nov 24 Marcus 12:38–13:2

18 nov 24 Zacharia 10:1-12

19 nov 24 Zacharia 11:1-9

20 nov 24 Zacharia 11:10-17

21 nov 24 Psalm 69:1-19

22 nov 24 Psalm 69:20-37

23 – 30 november 

In Marcus 13 wordt ‘de verwoestende gruwel’ voorzegd, de ontwijding van de tempel van Jeruzalem. Dat is ook waar Psalm 74 over weeklaagt. De Zachariahoofdstukken en Psalm 17 hopen en bidden dat God zijn rechtvaardigen en zijn stad recht zal doen. 

23 nov 24 Marcus 13:3-13

24 nov 24 Marcus 13:14-27

25 nov 24 Marcus 13:28-37

26 nov 24 Psalm 74

27 nov 24 Zacharia 12:1-8

28 nov 24 Zacharia 12:9–13:1

29 nov 24 Zacharia 13:2-9

30 nov 24 Psalm 17

1 – 5 december 

Advent betekent ‘aankomst’. Wij bereiden ons voor om Christus’ geboorte te vieren in het brede perspectief van het komen van God, die de wereld en haar machten en goden richt en de mensen recht zal doen. Zacharia 14 verwacht de dag dat de Heer zal ingrijpen. Psalm 115 onthult het onvermogen van de goden en hun makers. Jesaja 40 zet in met het nieuwe begin: ‘Baan voor de Heer een weg door de wildernis’. 

1 dec 24 Zacharia 14:1-11 Eerste advent

2 dec 24 Zacharia 14:12-21

3 dec 24 Psalm 115

4 dec 24 Jesaja 40:1-11

5 dec 24 Jesaja 40:12-26

6 – 10 december 

Op de tweede zondag van advent zingt de Kerk van de Heer die ons lot keert (Psalm 126) en van God die rechtspreekt (Psalm 50). Al eerder dit jaar lazen we uit de tweede Petrusbrief, nu zijn we toe aan het laatste hoofdstuk over de dag van de Heer die ons doet uitzien ‘naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont’. 

6 dec 24 Jesaja 40:27-31

7 dec 24 Psalm 126

8 dec 24 2 Petrus 3:1-9 Tweede advent

9 dec 24 2 Petrus 3:10-18

10 dec 24 Psalm 50

11 – 15 december 

De derde zondag van advent heet vanouds Gaudete, ‘Verheugt u!’. Op deze zondag leest de Kerk Jesaja 35 en Sefanja 3. In beide hoofdstukken klinkt gejubel in en om Sion. ‘De rechtvaardige verblijdt zich in de Heer’ (Psalm 64). 

11 dec 24 Jesaja 35:1-10

12 dec 24 Psalm 64

13 dec 24 Sefanja 3:1-8

14 dec 24 Sefanja 3:9-13

15 dec 24 Sefanja 3:14-20 Derde advent

16 – 20 december 

Het Lucasevangelie begint en eindigt in de tempel van Jeruzalem, terwijl toen het evangelie geschreven werd, de tempel al lang in puin lag (70 na Chr.). Psalm 44 en 145 zingen van een ononderbroken samenhang: ‘onze voorouders vertelden het ons door’, ‘uw heerschappij omvat alle geslachten’, maar ook van een reddeloze breuk: ‘Toch…’ (Psalm 44:10 en 23). Het einde schreeuwt om een nieuw begin: ‘Word wakker, Heer’, ‘Ontwaak!’, ‘Sta op’, ‘verlos ons’. De naam Johannes betekent ‘de Heer is genadig’. 

16 dec 24 Psalm 44:1-9

17 dec 24 Psalm 44:10-27

18 dec 24 Lucas 1:1-25

19 dec 24 Lucas 1:26-38

20 dec 24 Psalm 145

21 – 26 december 

Op de vierde zondag van advent leest de Kerk Micha 5, de profetie over ‘Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren’. Daar beweegt het Lucasevangelie nu ook naartoe. Maria verlaat Nazaret en reist naar Juda, keert vervolgens terug naar Nazaret en gaat weer op reis om uiteindelijk met Kerst in Betlehem te zijn waar zij Jezus ter wereld brengt. Psalm 98 is de kerstpsalm: ‘Zing voor de Heer een nieuw lied’. Waarom nieuw? Omdat geen enkel bestaand lied tot nog toe de wonderen kan bezingen die Hij nu heeft verricht. 

21 dec 24 Micha 5:1-8

22 dec 24 Lucas 1:39-56 Vierde advent

23 dec 24 Lucas 1:57-66

24 dec 24 Lucas 1:67-80 Kerstnacht

25 dec 24 Lucas 2:1-21 Eerste kerstdag

26 dec 24 Psalm 98 Tweede kerstdag

27 – 31 december 

Op 27 december gedenkt de Kerk Johannes de evangelist, 28 december is de gedenkdag van de onschuldige kinderen van Betlehem (Matteüs 2:13-28). Beide dagen hebben eigen psalmen. Op de zondag na Kerst leest de Kerk het vervolg van Lucas 2. Psalm 90 is de oudejaarspsalm bij uitstek: ‘Heer, U bent ons een toevlucht geweest van geslacht tot geslacht’. 

27 dec 24 Psalm 97 Johannes de evangelist

28 dec 24 Psalm 8 Onschuldige kinderen (Matteüs 2:13-18)

29 dec 24 Lucas 2:22-35

30 dec 24 Lucas 2:36-40

31 dec 24 Psalm 90 Oudejaarsdag

NAAR BOVEN!