Orgels

(Knipscheer-)Orgel van de Herv. of Oude Ursulakerk Warmenhuizen

WarmenhuizenKnipscheerorgel

In 1864 bouwde Hermanus Knipscheer II (1802-1874) een nieuw orgel voor de Oude Ursulakerk. Volgens Grégoir kwam het in de plaats van een instrument van J.S. Strümphler dat sinds ca. 1822 in Warmenhuizen aanwezig geweest moet zijn. De inspeling vond plaats op 3 juli 1864 en werd verzorgd door de examinator J.H.A. Ezerman, organist van de Grote Kerk van Alkmaar. Het front van dit orgel heeft veel overeenkomsten met de Knipscheer-orgels in Nijbroek (1861) en Baambrugge (1863).

Het orgel is vrijwel ongewijzigd bewaard gebleven. In 1997 vond een restauratie plaats door Flentrop Orgelbouw. Het instrument klinkt opmerkelijk ouder dan men van een orgel uit 1864 mag verwachten. Waar veel orgelmakers uit die tijd, zoals bijvoorbeeld Witte en Kam, hun orgels veelal een donker en sonoor geluid meegeven, is de Knipscheerklank naast warm vooral helder en ruig. Het orgel leent zich dan ook goed voor muziek uit de 18e eeuw, bijvoorbeeld C.P.E. Bach. Maar ook nóg oudere composities én kleine werken uit de 19e en 20e eeuw laten zich goed vertalen.

Dispositie:

HOOFDWERK C-f3                        BOVENWERK C-f3
Prestant 8′                                         Bourdon 8′
Roerfluit 8′                                        Viool 8′
Octaaf 4′                                             Prestant D 8′
Octaaf 2′                                             Prestant 4′
Mixtuur 3-4 st.                                 Openfluit 4′
Cornet D 4 st.                                    Gemshoorn 2′
Dulciaan B 8′
Trompet D 8′

Koppel HW-BW
Ventiel
Aangehangen pedaal C-d3

Samenstelling vulstemmen:
Mixtuur     C            c             c1          c2
1 1/3′       2′             4′         5 1/3′
1′          1 1/3′       2 2/3′        4′
2/3′         1′             2′         2 2/3′
1 1/3′        2′

Cornet c1 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′

Toonhoogte: a1 = 435 Hz
Temperatuur: evenredig zwevend

Koororgel van de Oude Ursulakerk

PB250013

Het koororgel is een positief, vervaardigd door D.A. Flentrop in 1962. Dit type orgel werd door de bouwer in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw in serie gebouwd.
Het orgel heeft een aantal jaren in de Stadsgehoorzaal van Leiden gestaan, in afwachting van de plaatsing van het grote orgel aldaar. In 1967 is het in de aula van het Blaise Pascalcollege in Zaandam terechtgekomen. Nadat de kerkgemeenschap, die de Zaanse aula huurt, een groter instrument van Hendriksen & Reitsma ingebruik had genomen, werd het Flentrop-orgel overcompleet. In 2005 is het in bruikleen gegeven aan de Oude Ursulakerk te Warmenhuizen. Vrijwilligers hebben in begin 2006 de overplaatsing verricht. Het koororgel is een sprekend voorbeeld van de toenmalige neobarokke stroming in de orgelbouw met als kenmerk een zeer heldere klank.
In het front – voorzien van luiken – staan de roodkoperen pijpen van de Prestant 4 ‘. Het instrument speelt een belangrijke rol in de begeleiding van de Ursulacantorij.

De dispositie luidt als volgt:

MANUAAL C-g3
Holpijp 8′
Quintadeen 8′
Prestant 4′
Roerfluit 4′
Gemshoorn 2’
Mixtuur 2 st.

Aangehangen pedaal C-d1

Orgel van de Hervormde kerk Dirkshorn:

DirkshornY

Lodewijk Ypma vervaardigde in 1870 een orgel voor de toen pasgebouwde kerk van Dirkshorn. Hij inspireerde zijn ontwerp van de orgelkas waarschijnlijk op de instrumenten die zijn broer Dirk aan Lemmer en Midwoud had geleverd. In 1915 vond er een ingrijpende wijziging plaats door H.W. Flentrop. De mechanische toetstractuur verving hij door pneumatische, het bovenwerk werd in zwelkast geplaatst en er werd een pneumatisch vrij pedaal toegevoegd voorzien van Subbas 16′ en Violonbas 8′. Op het bovenwerk moest de Salicet 4′ plaats maken voor een Voix Céleste 8′.

In 1974 en 1997 voerde Flentrop Orgelbouw deelrestauraties uit waarbij het orgel in grote lijnen werd teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Pneumatiek, vrij pedaal, zwelkast en Voix Céleste moesten daartoe het veld ruimen. Een nieuwe mechanische tractuur werd aangelegd. In vergelijking met het Knipscheer-orgel van de Oude Ursulakerk te Warmenhuizen klinkt dit orgel veel romantischer. Dat de Ypma’s van rooms-katholieke huize waren zal zeker aan het milde en wat gepolijste klankbeeld hebben bijgedragen.

Dispositie:

HOOFDWERK C-f3                      BOVENWERK C-f3
Bourdon 16′                               Prestant 8′
Prestant 8′                                Roerfluit 8′
Holpijp 8′                                  Viola di Gamba 8′
Salicet 8′                                   Roerfluit 4′
Octaaf 4′                                   Salicionaal 4′
Fluit 4′                                      Speelfluit 2′
Quint 3′                                    Vox Humana 8′
Octaaf 2′
Mixtuur 3-4 st. (in werkelijkheid 2-5 st.)
Cornet D 4 st.
Trompet 8′

Koppeling HW-BW
Aangehangen pedaal C-c1

Samenstelling vulstemmen:
Mixtuur      C         c        c1        c2          c3
2′      2 2/3′     4′      5 1/3′        8′
1 1/3′     2′      2 2/3′     4′         5 1/3′
1 1/3′     2′      2 2/3′        4′
1 1/3′      2′         2 2/3′
2′

Cornet     c1 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 1 3/5′

Toonhoogte: a1 = 435 Hz
Temperatuur: evenredig zwevend